Introductie

In zijn boek The Reactionary Mind betoogt Corey Robin dat reactionaire mensen in sterke mate worden gedreven door de overtuiging dat ze al hun 'minderen' de mond mogen snoeren en 'hun plaats moeten wijzen' -- zo nodig met geweld. Dit deels omdat ze er sterk van overtuigd zijn dat 'inferieuren' geen recht van spreken (of van gehoord worden) hebben; deels omdat ze bang voor verlies van status en privileges; en deels omdat ze geloven dat onderdrukking en ongelijkheid noodzakelijk zijn om de samenleving te doen functioneren. Door de jaren heeft dit inzicht regelmatig zijn nut voor mij bewezen, naast dat het me aan het denken zette of het mogelijk was het wereldbeeld en waarden van 'centrum-links' (progressieven, sociaaldemocraten, liberale democraten, en in Amerika (social) 'liberals') op vergelijkbare manier kernachtig samen te vatten. Want het was duidelijk dat ze iets anders onderschreven dan het 'radicale' egalitarisme, de inclusiviteit en pro-emancipatoire solidariteit die mijns inziens de kern vormen van linkse politiek (en wat mij betreft van mens zijn).

Een paar maanden later zag ik door het lezen van David Graebers Schuld in dat niet alleen reactionairen zo denken, en dat het accurater is om te spreken van een reactionaire mindset, die mensen activeren afhankelijk van de context en relatie tot de ander.[1] Maar pas jaren later, tijdens het lezen van Listen, Liberal drong het tot me door dat ook de meeste progressieven, hoe betrokken en vooruitstrevend ze ook zijn in de persoonlijke omgang, vormen van elitarisme en superioriteitsdenken omarmen, en dat die net zo min verdedigbaar zijn als het superioriteitsdenken van conservatieven en reactionairen. Waarbij ook zij dus geloven in de wenselijkheid van geĆÆnstitutionaliseerde ongelijkheid en onderdrukking (hoewel ze de voorkeur geven aan verwaarlozing en uitsluiting), zij het dat ze andere maatstaven van verdienste of 'merit' hanteren (zoals boekenkennis, intelligentie, het soort werk dat je doet, in welke sector je werkt, of en welke diploma's je bezit, of je creatief bent aangelegd, of je 'hoge' cultuur waardeert, enzovoorts).

Dit heeft als voordeel dat je makkelijker het ontstaan kunt verklaren van systemen die we normaliter zien als categorisch anders, vanwege hoe gewelddadig en hoe reactionair en hiĆ«rarchisch ze zijn (zoals het Brits-Indische kastesysteem, plantageslavernij, koloniale bezetting, feodalisme en fascisme). Want die structuren kun je dus ook begrijpen als heel inflexibele en gewelddadige vormen van meritocratische organisatie, waarin het normaal wordt gevonden om status- en vermogensverschillen (en de overerving daarvan) met geweld in stand te houden, waarbij de discriminatie en onderdrukking wordt 'gerechtvaardigd' door te verwijzen naar stabiele kenmerken zoals huidskleur of 'ras', geslacht en sekse, kastestatus, etniciteit, (enzovoorts,) in combinatie met cirkelredenaties: bijvoorbeeld de stelling dat koloniale overheersing een gunst is omdat de inheemse bevolking die je bewust geen onderwijs gunt, niet goed genoeg is opgeleid om in staat te zijn tot 'succesvol' zelfbestuur.

Maar ook moderne 'eerlijke' meritocratische institutionele structuren zijn dus onderdeel van het probleem. Want als je principieel tegen geĆÆnstitutionaliseerde discriminatie en onderdrukking bent, dan maakt het niet uit hoe rigide, hoe gewelddadig, of welke maatstaven worden gebruikt, maar of een institutie of instantie wel of niet bijdraagt aan onderdrukking of discriminatie, of daarop voortbouwt.

Over meritocratie als idee(aal)

Meritocratie wordt normaliter begrepen als 'bestuur door de meest capabelen (of gediplomeerden)', en wordt meestal gecontrasteerd met hiƫrarchie, nepotisme en 'omhoog vallen'. Een tweede en vagere definitie stelt dat samenlevingen 'meritocratisch' zijn als ze worden gedomineerd door een groot cohort welvarende 'professionals' en managers, waarvan een deel 'uit het niks is opgeklommen', waarbij 'de meritocratie' het deel van de bevolking is dat heeft 'gewonnen'. Mensen die deze definitie hanteren zien meritocratie in het algemeen als een soort 'spel waaraan je kunt meedoen', maar wat je niet hoeft te doen, als je je 'middenmoot'-status omarmt.

In mijn optiek raken geen van deze definities de kern, en zijn ze daarom misleidend. Maar omdat alle definities redelijk vaag zijn, en in de perceptie in elkaar overlopen, terwijl ze ook vagelijk redelijk klinken, beschouwen de meeste mensen -- waaronder het merendeel van links -- 'meritocratie' als iets aanlokkelijks, waar ze zeker geen principiƫle bezwaren tegen hebben, ook niet als naam voor een toekomstige (betere) samenleving. Als gevolg zien we mensen hier eigenlijk alleen tijdens crises bezwaar tegen maken. En dus zien we pas nu ongelijkheid historische niveaus heeft bereikt, terwijl belangrijke posities constant worden vergeven aan overduidelijk incompetente mensen, en de enigen die 'naar de top rijzen' mensen zijn die er al deel van uitmaakten, kritieken verschijnen, waaronder redelijk wat boeken en artikelen (en zelfs hele blogs ;-) ) worden gewijd aan het onderwerp, en haar limieten en critici.

Het probleem met deze kritieken is echter dat ze bijna altijd blijven steken in dat de samenleving niet 'echt' democratisch is, of dat 'geld en overerving nog een te grote rol spelen'. Ongesteld blijven vragen zoals waarom het zo makkelijk is om meritocratie te verwarren met normale kapitalistische hiĆ«rarchieĆ«n, en of meritocratische samenlevingen Ć¼berhaupt haalbaar zijn zolang we toestaan dat het grootste deel van het geld terechtkomt bij een zeer kleine minderheid die haar positie wil behouden. En daaraan voorbijgaand, vragen als of -- en door wie -- 'maatstaven van verdienste' waarin je moet excelleren om te 'klimmen' worden uitgekozen of vastgesteld, en hoe mensen daarop worden getest. Laat staan dat vragen zoals wat we Ć¼berhaupt wel samenlevingen moeten willen nastreven waarin ongelijkheid nodig is voor het functioneren van het systeem.

Een eerste tweetal tegenargumenten

Een veelgehoorde verdediging van meritocratie als systeem is 'hoewel we momenteel onvoldoende zorgvuldig zijn bij het kiezen van rechtvaardige en eerlijke criteria, gaat dit te zijner tijd zeker lukken'. Een gerelateerd argument is dat zolang de minimale levensstandaard wordt gezien als 'acceptabel' (en vermoedelijk op een of andere wijze is geĆÆsoleerd van het politiek proces), er niks mis is met het meritocratische organisatie van de samenleving. Tegen dit soort argumenten heb ik twee grote bezwaren. Ten eerste, 'hoop dat we er t.z.t. komen' kan niet worden aangevoerd als rechtvaardiging voor steun van 'nepmeritocratie', en een lage minimale levensstandaard in het hier en nu. Ten tweede, en belangrijker: beide argumenten bouwen voort op de stelling dat we sommige mensen mogen classificeren en behandelen als 'beter verdienend' dan anderen als het gaat om fysiek en mentaal comfort en gelijke behandeling.

Een sterker verdediging rust op het argument dat het probleem niet zozeer is dat we meritocratisch redeneren, maar dat we het accepteren of wegkijken als we mensen waar we op neerkijken, en waarvan we denken dat ze het verdienen om het 'slechter te hebben,' kwaad worden gedaan of worden onderdrukt. Want hoewel dit strikt genomen klopt, is het van belang om je te realiseren en toe te geven dat mensen het bijna onmogelijk vinden om in zulke gevallen bezwaar te maken tegen geweld, of mensen hiertegen te beschermen. Dit geldt vooral wanneer het geweld wordt gezien als 'gematigd' of 'normaal', bijv. als het gaat om institutioneel geweld zoals het lastigvallen en selectief vervolgen van 'minderheden' door politie en justitie, plantageslavernij, of mensen hulp weigeren omdat ze in achterstands- of arme regio's wonen (zoals reservaten), enzovoorts. Zie bijvoorbeeld hoe weinig mensen iets doen met nieuws dat 'vluchtelingen' iets gebeurd is, of hoe ze reageren als ze horen van het geweld dat de dieren wordt aangedaan wiens lichamen of melk ze eten, wiens huis ze dragen, enz. Ondanks dat we allemaal weten dat elk dier (menselijk of niet) waarde hecht aan het eigen leven, halen de meeste mensen simpelweg de schouders op als ze horen dat ('weer') een dakloze of vluchteling is overleden, terwijl de meesten van ons anderen actief belonen om dieren kwaad te doen. Dit soort desinteresse is compleet onverdedigbaar, maar het is alomtegenwoordig, met immense gevolgen voor hoe onze samenlevingen georganiseerd zijn.

Kortom, dit argument spant het paard voor de wagen. Mensen beoordelen als minder, of denken dat we het beter verdienen te hebben, zijn gedachten en gedragingen die ons worden aangeleerd in samenlevingen die uitgaan van ongelijkheid en onderdrukking. We leren anderen de schuld te geven voor (echt of verzonnen) lijden (zoals 'me niet behandelen met het respect dat ik verdien'), grotendeels omdat het resulterende gevoel van verontwaardiging het voor ons makkelijker maakt om ze 'terug te pakken', en anderen te onderdrukken. We houden slachtoffers verantwoordelijk voor wat ze wordt aangedaan omdat we er dan niks aan hoeven te doen, en omdat we allerlei 'wetenschappelijke' leugens voor waar aannemen over hoe ongelijkheid goed is (bijv. omdat het 'concurrentie stimuleert', of technologische of economische ontwikkeling die we zien als inherent waardevol).[6] En daarom ben ik ervan overtuigd dat we, tot we de gedachte dat sommige mensen inferieur (en anderen superieur) zijn (enz.) actief verwerpen, geweld tegen anderen zullen blijven accepteren. Pas als we dit actief verwerpen, zal het voor anderen onmogelijk zijn om ons te leren haten wie zij willen onderdrukken, of uit elkaar willen spelen. (Zo legaliseerden elites tijdens de Middeleeuwen bijvoorbeeld de verkrachting van 'gewone' vrouwen, deels omdat ze het konden, maar vooral om landarbeidersbewegingen te verdelen, door vrouwen vogelvrij te verklaren voor mannen.) Als zodanig moeten we deze overtuigingen en gedragingen dus aankaarten en veranderen, zowel in onszelf als in mensen om ons heen en de bredere samenleving, hoe lastig dit ook zal zijn.

Waarom we de beide varianten van verdienstedenken moeten verwerpen

Een groot deel van de reden waarom mensen de meritocratische morele logica omarmen, is gelukkig dat ze het alleen in verband brengen met de positieve formulering, 'zij die beter zijn of presteren, verdienen meer', terwijl ze de keerzijde negeren: het (exact zo Sociaaldarwinistische) idee dat zij die inferieur (of slecht) 'zijn', 'minder verdienen'. Dit vind ik hoopvol, omdat het betekent dat mensen, ondanks dat deze manier van organiseren en denken alomtegenwoordig is, toch ergens aanvoelen dat je die regel niet moet willen omarmen, omdat je bijna alles daarmee kunt 'rechtvaardigen'. Desalniettemin is het belangrijk om in te zien dat hoewel een meerderheid die negatieve formulering zal verwerpen als je hem expliciet maakt, de meeste mensen, en instanties hier constant naar handelen, en ze constant zulk beleid verdedigen, vooral tegen mensen waar ze niks mee hebben, of die ze (of 'mensen zoals zij') verantwoordelijk houden voor iets kwalijks.

Neem bijvoorbeeld iemand die anderen snel ziet als 'vijanden', of die snel aanstoot aan dingen neemt, en die niet erg vergevingsgezind is. De meeste mensen die met zo iemand bevriend zijn, realiseren zich wel dat dit ongezond of onvolwassen gedrag is,[2] en zullen dergelijke oordelen niet zonder meer accepteren (en zijn mogelijk zelfs verhuld kritisch over dat gedrag). Maar tegelijk wordt het meestal geaccepteerd als die vriend besluit om die vijand 'een hak te zetten', zolang de plannen ze niet al te extreem in de oren klinken.

Dan zijn er de mensen die deze logica een stap verder doortrekken, zoals pestkoppen. Zulke mensen zijn uitstekend bereid om anderen kwaad te doen om ze te provoceren, als ze denken dat hun slachtoffer het 'verdient'. Bijv. omdat die laatste gedrag heeft vertoond dat kan worden geframed als bezwaarlijk, zoals 'je zwakte tonen'. Pestkoppen trekken vaak ook medestanders of volgers aan, die hun gedrag aanmoedigen en aanprijzen. Dit omdat ze er allemaal ergens van overtuigd zijn dat 'de wet van de jungle' opgaat. Hierbij is het trouwens hoogst relevant dat pestgedrag vooral voorkomt bij meritocratische instanties zoals gevangenissen, scholen en op de werkvloer.

Maar zelfs als we ons dit realiseren, en we het afwijzen als mensen om ons heen zich zo gedragen, is er daarnaast de vraag hoe we ons opstellen richting instanties die dit doen. Neem Frankrijk. Na een mislukte poging HaĆÆti te heroveren, met als doel de bewoners weer tot slaaf te maken, eiste de Franse staat 'compensatie,' inclusief compensatie van de kosten van de invasiepoging. En deze claim werd uiteraard erkend door de andere westerse staten, wat enorm heeft bijgedragen aan HaĆÆti's hedendaagse armoede. Of zie hoe de Amerikanen in reactie op de aanval op de Twin Towers in 2001 twee andere landen binnenvielen en bezetten, met minstens 1 miljoen doden en twee compleet ontwrichte en kapotgeschoten samenlevingen tot gevolg. Of zie hoe ondanks dat niemand zou bepleiten om Amerikaanse burgers te verhongeren in de hoop Trump te verdrijven, Madeleine Albright zich als minister vrij voelde om te beweren dat '500,000 dode 'kinderen'' [5] een 'acceptabele prijs' was voor een poging om Saddam weg te werken.

Of, om wat meer alledaagse voorbeelden te noemen: het is in de VS (nog steeds) normaal om kinderen op te sluiten om ze te 'motiveren' hun huiswerk te doen (waarmee ze de reactionaire les leren dat je, als je macht over anderen hebt, dit mag inzetten om hen te doen gehoorzamen). En elke keer dat de staat weigert om serieus onderzoek te doen naar de verkrachting of dood van 'zwervers', 'prostituees' of 'criminelen', is dat vanuit het idee dat hun lijden en sterven er minder toe doet, omdat ze in de 'marges' leven en 'wel vaker met geweld te maken hebben'.

Wat deze voorbeelden illustreren is niet alleen dat instituties en instanties (inclusief onderdelen van de staat) constant zo handelen, maar ook dat de meesten van ons dit klakkeloos accepteren omdat we niet beter weten, waarbij velen van ons op de slachtoffers gaan neerkijken of haten als gevolg van het beleid. (Al moet ik hier wel bijzeggen dat propaganda door private en staatsmedia hier een grote rol in hebben.)

Wat hierbij extra zorgelijk is, is dat zelfs als het wel doordringt dat dit niet klopt, we de bredere implicaties van dat inzicht eigenlijk altijd negeren, door ervoor te kiezen om 'dit keer' het gedrag van onze vrienden (of 'ons' land) te 'laten lopen', omdat we 'weten' dat ze het goed (of 'niet slecht') bedoelen. (Iets wat in het geval van vrienden in de regel klopt, en daarom compleet irrelevant is.)

In mijn ogen is elke vorm van desinteresse of berusting die we ervaren in reactie op mensen of instanties die zich zo opstellen onderdeel van het probleem, omdat het ons eigen gebrek aan bewustzijn reflecteert dat het niet okƩ is om mensen kwaad te doen puur omdat jij ze ziet als slecht of kwaadaardig, of omdat zij -- of mensen 'zoals zij' -- je hebben behandeld op een manier waar je niet blij mee bent. Want wat dit illustreert is dat we op bepaald niveau niet begrijpen dat tweemaal krom niet recht is, en dat zulke overtuigingen geen 'geweld terug' kunnen rechtvaardigen. Want uit het feit dat al de bovengenoemde voorbeelden consequent niet leiden tot protestdemonstraties -- laat staan iets nuttigers -- illustreert dat we het normaal vinden als, of in elk geval gewend zijn aan, discriminatie op basis van zaken als nationaliteit of etniciteit, en met het idee dat sommige mensen er alleen toe doen voor zover boosheid over hun uithongering of dood politiek bruikbaar is. Waarbij het feit dat de meeste van deze gebeurtenissen binnen enkele weken tot maanden vergeten zijn (omdat dit constant gebeurt, en gevallen zoals de 'oorlog op terreur' hoogstens opvallen omdat ze zoveel meer mensen raken), goed illustreert dat er sprake is van tekortschietend onderwijs in het algemeen, en vooral met liberale en kapitalistische instituties en instanties.

Hopelijk overtuigt het bovenstaande je ervan dat dit een reƫel probleem is. Dat gezegd, hoewel de problemen met de negatieve redenatie in elk geval door de meeste mensen zullen worden erkend, kunnen we alleen aan de meritocratische logica ontsnappen door beide formuleringen te verwerpen, en door een ander standpunt in te nemen aangaande de legitimiteit van het gebruik van geweld. Mensen hiervan overtuigen is best lastig. Daarom lijkt het me zinnig om even stil te staan bij de vraag waarom mensen zo gehecht zijn aan de positieve formulering, dat sommigen het zouden verdienen om 'meer' te hebben en te krijgen dan anderen, en dat de samenleving ongelijkheid moet veroorzaken om dit te faciliteren.

Een eerste deelverklaring noemde ik eerder: we denken graag dat de hedendaagse problemen worden veroorzaakt doordat we (nog) niet worden bestuurd door de 'meest capabelen' of 'besten' (zoals bepaald door onze scholings- en klassensystemen), en dat we ons provincialisme en chauvinisme pas kunnen ontgroeien als de samenleving 'werkelijk meritocratisch' is. Hierbij helpt het dat de meeste mensen geloven dat deze 'meest capabele' mensen noodzakelijkerwijs ook 'goed' zouden willen doen -- d.w.z., dat ze zouden willen handelen in het (werkelijke) belang van de groep.

Maar ik vermoed dat de hoofdreden waarom we het lastig vinden om die tweede formulering te verwerpen is dat hij compleet normaal voelt. Als gevolg vinden we het bijna onmogelijk om te accepteren dat het bezwaarlijk is om sommige mensen -- 'die meer bijdragen aan de samenleving' -- het verdienen om meer materiƫle goederen, en een maatschappelijke voorkeurspositie te hebben. Het voelt gewoon te normaal en 'redelijk', tenminste buiten tijden van extreme schaarste, of andere noodsituaties. Desalniettemin zullen we moeten heroverwegen of 'dokters' prettigere levens horen te hebben dan 'verplegers', of mensen met macht over andermans levens (zoals directeurs of staatsfunctionarissen) prettigere levens en meer 'respect' verdienen van 'hun personeel' en 'gewone burgers'. Deels uit principe, deels omdat we ontzettend veel empirisch bewijs hebben dat vermogens- en statusongelijkheid met de tijd groeien -- al was het maar omdat ouders willen dat hun kinderen het makkelijker hebben dan zij het zelf hadden, en omdat het veel te fijn is om anderen te hebben die jouw werk voor je doen, vooral als die anderen accepteren dat ze slechter af zijn dan jij, of dat dit is 'hoe het hoort'. (En wat de bezittende klasse natuurlijk sterk motiveert om te zorgen dat 'bezitlozen' geen politieke controle krijgen waardoor ze hen zouden kunnen 'beroven' van hun verdiende voordelen.)

Neem een frase als 'undeserving poor', nog steeds veelgebruikt in het engels. Wat betekent dit? Dat sommige mensen het niet verdienen om arm te zijn? Of dat sommige armen geen goed leven verdienen / dat het in sommige gevallen goed of terecht is dat ze arm zijn (een overtuiging die veel gemarginaliseerde mensen hebben geĆÆnternaliseerd, om te begrijpen 'waarom' ze zo worden behandeld)? Omdat je die frase beide kanten op kunt lezen, en de betekenis circulair beredeneerd is, zouden we hem Ć¼berhaupt niet moeten gebruiken, gezien dat de meeste mensen 'ze hebben het verdiend' simpelweg accepteren als een sluitend argument, in plaats van als een drogreden die wordt gebruikt om te rechtvaardigen, vieren of negeren dat verschillende mensen verschillend worden behandeld.

Over onderwijs en socialisatie

Dit roept de vraag op waar we mensen leren categoriseren in termen als goed, kwaad, minder, beter, beloning of straf verdienend, hogere of lagere sociale status hebbend (met 'navenant' meer of minder recht van spreken of recht op hulp)? Er is geen vak waar we zo leren denken, laat staan dat we leren waarom dit wenselijk zou zijn, of 'moreel onverdedigbaar maar noodzakelijk' (enz.). Toch zijn we hier allemaal heel erg goed in, omdat we de regels wel degelijk leren, via osmose. Deels van de mensen om ons heen, die zich constant zo naar elkaar toe opstellen, en die we spiegelen. En deels omdat bijna alle institutionele structuren die overtuigingen en denkwijze belichamen en aanmoedigen: van het gezin tot het schoolsysteem tot de overheidsbureaucratie (waaronder uiteraard het leger), tot de plaatsen waar we werken, voor een 'beloning' waar we van rond moeten zien te komen.

En wat wordt ons geleerd? Om autoriteit te respecteren (d.w.z., om mensen met institutionele macht te gehoorzamen), en hun overtuigingen te behandelen als waar. Om te werken aan taken en toe te werken naar doelen die bijna altijd worden bepaald door anderen, in ruil voor extrinsieke 'beloningen' (waaronder negatieve -- straf -- en de hoop die te vermijden). En om onze intrinsieke motivatie en interesses te verstillen of negeren, vooral als die afwijken van de onderwerpen die door de autoriteiten worden gezien als nastrevenswaardig.

We worden allemaal gedwongen te leren reageren op dit soort prikkels, waarbij de meeste mensen zich als volwassenen niet eens meer kunnen voorstellen dat we anders goed zouden functioneren, omdat ze hebben geleerd om niet buiten de lijntjes te kleuren, en dat het verkeerd is om iets anders te willen. Al geldt hierbij wel dat hoe twijfellozer mensen de regels omarmen, en hoe groter de overlap tussen iemands intrinsieke en de door het systeem aangemoedigde interesses, hoe gemotiveerder ze zullen zijn om zich te 'bewijzen' in de hoop te 'slagen' (door te streven naar hoge cijfers en andere accolades, een hoog salaris, enz.), en hoe groter de kans dat dit ze zal lukken (waardoor er een sterke overlap is tussen sociaal succes hebben en 'vinden dat het systeem werkt').

Zo worden we klaargestoomd voor een leven lang meer van hetzelfde: werk doen dat ons niet hoeft te interesseren, en dat vaak (deels) strijdig is met onze waarden (al hebben we het daar meestal niet over, omdat we dit als volwassenen compleet normaal vinden). En in ruil daarvoor -- als we onszelf bewijzen, natuurlijk -- houden we toegang tot een (hopelijk) stabiele inkomstenbron, met een kans op andere (vaak 'hogere') rollen in de organisatie, sociale status, enzovoorts. Dit ongeacht of we hoge manager zijn, rechter, politicus, lobbyist, soldaat, verkoper, klantenservicemedewerker, of verpleger of leraar zijn. De interactie met zorgbehoevende, burger, klant, of leerling is altijd van secundair belang. De hoofdvraag waar het binnen de organisatie om draait is of en in hoeverre je de haar belangen en waarden belichaamt en uitdraagt, en hoeveel we bijdragen aan de door de leiding en het bredere systeem bepaalde doelen, zoals 'groei', of 'winstmaximalisatie'. (Hierover hier meer.)

Hierbij geldt ook dat hoe meer mensen door deze mangel worden gehaald, en hoe langer ze erin zitten, hoe groter de groep die moeite heeft om in contact te komen met hun intrinsieke motivatie en waarden. Want dit leidt ertoe dat meer mensen het idee diep(er) internaliseren dat hun en andermans handelen alleen waarde heeft voor zover het door derden (vooral: mensen met institutionele macht) waardevol wordt geacht. En omgekeerd, hoe kleiner de kans dat ze dat soort regels en structuren zullen aanvechten, en dat ze denken dat iedereen recht heeft op een waardig leven, in plaats van alleen die mensen die het verdienen. (Iets waarvan we o.a. tijdens 'economieles' leren dat het onhaalbaar is en onwenselijk, omdat het zou leiden tot luiheid, vooral bij gekoloniseerde volkeren en laagopgeleiden.)

Een goede illustratie hiervan is hoe de meeste professionals lippendienst bewijzen aan het idee dat alle mensen gelijke morele waarde hebben, en velen zichzelf zien als 'progressief', terwijl (helaas) slechts een fractie van deze groep (nog) gelooft dat publieke en private institutionele structuren een minimale levensstandaard zouden moeten afdwingen of nastreven, terwijl de meerderheid beleid steunt dat ongelijkheid vergroot en absolute armoede actief verergert. (D'66 is hier in Nederland het beste voorbeeld van: de partij presenteert zich zeer bewust als 'de onderwijspartij' die wil dat iedereen een kans krijgt; maar als je ziet wat ze doen voor mensen die die 'kans' verspelen, dan zie je dat dat bijna niks is.)

(Voor de duidelijkheid: ik wil met het bovenstaande geenszins de emanciperende werking van leren ontkennen, of afdoen aan het plezier dat je kunt hebben in het spelen met nieuwe ideeƫn of concepten. Noch wil ik het belang van leren en onderzoek naar gebeurtenissen en patronen voor sociale bewegingen ontkennen. Dat alles is zonder meer reƫel en waardevol, en reactionairen hebben 'gelijk' dat ze daar bang voor zijn, en dat ze het schoolsysteem sinds de jaren '90 (in Nederland) steeds rigider, bureaucratischer en duurder maken, naast de bezuinigingen op onderwijsuitgaven per leerling of student. Maar los daarvan bestaat er een belangrijke en grotendeels genegeerde contradictie tussen de progressieve waarden die we associƫren met liberalisme en de theorie maar vooral ook de structuur van het onderwijssysteem waarin we les krijgen en geven (laat staan de wereld waar we daarna in terechtkomen). Wat een stevig deel van de reden is waarom de generatie van '68 zo'n teleurstelling is gebleken -- een onderwerp waar ik hier meer over heb geschreven.)

Rechtsaf

Een vraag waar ik lang geen bevredigend antwoord op had, was waarom 'links' vanaf de jaren '70 zo snel aan macht verloor. Dit wordt meestal verklaard door te verwijzen naar een mix van economische en demografische ontwikkelingen plus dat links geen oplossing zou hebben gehad voor dalende winstgroei en 'stagflatie'. Ik vond deze verklaringen nooit heel erg overtuigend, omdat ze de economische ontwikkelingen behandelden als leidend en 'onontkoombaar'.

En hoewel ik David Harvey's 'korte geschiedenis van sociaaleconomische en demografische ontwikkelingen sinds 1945' uit The Enigma of Capital (zie beneden) redelijk volledig en overtuigend vond, vormde Listen, Liberal een nuttige aanvulling, door de aandacht te vestigen op de verandering in de materiĆ«le en ideologische compositie van links, door te laten zien hoe dat proces is verlopen in de linkse partijen. Want ik had er nooit echt bij stilgestaan dat het betaalbaar maken van hoger onderwijs egalitarisme en solidariteit juist zou ondermijnen, door een enorme groep mensen te creĆ«ren met professionele of managersopleiding, die hadden geleerd om neer te kijken op, en hogere salarissen en sociale status te verwachten dan 'mensen zonder diploma'. En met als bijkomend probleem dat deze 'progressieve yuppen' er ook heel goed in zouden slagen om de Democratische partij (en hier de 'linkse' partijen) over te nemen. Dit uiteraard deels vanwege hun opleiding, maar vooral omdat ze dezelfde waarden onderschreven en uitdroegen als de partijbonzen en maatschappelijke elite, waardoor ze veel minder radicaal waren, terwijl ze ook uit zichzelf gemotiveerd waren om de linkervleugel van de partij actief te bestrijden en marginaliseren.[3]

Overigens hebben kapitalisten onze vrije tijd en economische zekerheid uiteraard ook op andere manieren ingeperkt. Om een paar factoren te noemen, in deelse navolging van David Harvey: de kaping en uitholling van de vakbonden, de enorme toename van het gemiddelde schuldniveau (vooral in de vorm van studieschuld en hypotheken); de enorm gestegen levensonderhoudskosten vanwege privatisatie, deregulatie, bezuinigingen op publieke taken en het sociaal vangnet. Technologische en demografische veranderingen, zoals de toetreding van vrouwen, meer mensen van kleur, en migranten tot de Westerse arbeidsmarkten (in Europa vooral als 'gastarbeiders' met tweederangs-status), en de uitvinding van containervervoer (waardoor AziĆ« makkelijk in de wereldmarkt kon worden geĆÆntegreerd als productiecentrum). Het verdwijnen van de Sovjet-Unie als bestaand alternatief voor kapitalistische ontwikkeling. En als laatste, instituties en instanties zoals de WHO, NAFTA, CETA, TTIP, en 'Maastricht' (dat de basis legde voor de neoliberale EU en Eurozone), die het voor bedrijven veel makkelijker maakten om productie te verplaatsen naar gebieden waar mensen slecht georganiseerd zijn, en om de rol van de staat in de economie in te perken. Al deze ontwikkelingen hadden negatieve gevolgen voor de onderhandelingsmacht van werkers. En zeker in de VS leidde dit ertoe dat tweeverdienen een noodzaak werd, waarbij velen weer langer dan 40 uur per week moesten gaan werken, waardoor ze steeds minder tijd, energie en hoop hebben.

Dus hoewel conservatieven destijds erg bang waren voor de generatie van '68, en walgden van de sociale en culturele veranderingen die volgden, is het liberale onderwijssysteem er grotendeels in geslaagd om mensen te disciplineren en temmen, door leerlingen en studenten pro-kapitalistische normen en verwachtingen mee te geven, en ze aan te moedigen hun energie te steken in (goedbetalende) carriĆØres, met daarnaast wat ruimte om buiten werktijd naar behoeven 'vrijwilligerswerk' te doen.

De weg vooruit

Als we democratische, egalitaire, geĆ«mancipeerde samenlevingen willen realiseren, waarin onderdrukking en ongelijkheid geen (stille) beleidsdoelen zijn, en waarin geweld slechts een laatste redmiddel is, in plaats van een normaal onderdeel van het leven van mensen 'onderaan de samenleving', dan kunnen we geen enkele vorm van geĆÆnstitutionaliseerde discriminatie en onderdrukking op basis van karaktereigenschappen, overtuigingen en gedragingen accepteren, en moeten we ook anderen daarvan overtuigen. (Met andere woorden, we moeten het idee van merito- of verdienocratie verwerpen.) En minstens zo belangrijk, we zullen samen moeten optrekken om instituties en instanties te veranderen die deze overtuigingen, gedragingen en uitkomsten promoten, belichamen of eraan bijdragen.

Omdat de meritocratische logica actief is op elk niveau van menselijk handelen, van het persoonlijke tot geopolitieke organisaties, zal dit op termijn leiden tot een maatschappelijke revolutie. En dat zal zonder meer een enorme hoeveelheid energie en tijd kosten, vooral in dat reorganiseren van de samenleving. Dus laat ik hier nu iets meer over zeggen.

Met betrekking tot ons denken, vereist het onder andere dat we afleren met apathie (laat staan goedkeuring) te kijken naar de onderdrukking van anderen -- vooral als het gaat om geĆÆnstitutionaliseerde vormen daarvan. Laat ik met betrekking hiertoe wat eerste suggesties doen. Verdiep je in geweldloze communicatie. Heroverweeg je steun voor de vele heilige huisjes van het Lockeaans liberalisme en kapitalisme, door deze leeslijst door te werken, en deze essays te lezen. Stop met je gebruik van dieren. Hopelijk zal dit je helpen om meritocratische neigingen in jezelf en mensen en instanties om je heen te leren herkennen en uitdagen, en bij het nadenken over hoe we andere kunnen helpen, en met ze kunnen samenwerken.

Maar net zo essentieel is dat we ons (weer) gaan organiseren, om die solidariteit te belichamen en realiseren, en om onszelf te emanciperen van de mensen die anderen ordenen. Op macroniveau betekent dit werken aan het beĆ«indigen van imperialisme, (neo)kolonialisme en klasse-uitbuiting, om een daadwerkelijk democratische republiek te realiseren, zonder eerdere fouten te herhalen. Maar terwijl we daar naartoe werken, moeten we ook kleinschaligere vormen van onderdrukking en uitbuiting bestrijden, die zogeheten 'minderheden' raken, en mensen zonder academische graad of 'maatschappelijk succes'. In de Amerikaanse context betekent dat bijvoorbeeld een eind maken aan de criminalisering van drugsgebruik en sekswerk; organiseren om een eind te maken aan de uitbuiting van 'illegalen' en 'migranten' in onze werkplaatsen en leefomgeving; enzovoorts. Plus: anders omgaan met kinderen en studenten, op school en daarbuiten; de werkplek democratiseren, waar de meeste medewerkers uiteraard nauwelijks inspraak inspraak hebben in hoe de organisatie wordt bestuurd, en in wie je collega's zijn met wie je samenwerkt; en we moeten mensen helpen met een grotere behoefte aan steun of zorg, die momenteel constant door overheidsinstanties worden betutteld en vernederd om ze weg te pesten, omdat er geen geld meer zou zijn. (Enzovoorts -- dit is geenszins bedoeld als een volledige lijst.)

Het is uiteraard onmogelijk om al deze dingen tegelijk, in korte tijd, of in ons eentje op te pakken. De hierboven beschreven denkwijze is diep verweven met alles wat we doen, en in het merendeel van onze sociale, economische en politieke theorie over 'hoe de samenleving werkt'. Hier zijn helaas uiteraard persoonlijke kosten aan verbonden. Maar er is ook geen alternatief. Want simpelweg 'zo'n goed mogelijk mens zijn als we kunnen' doet veel te weinig voor de mensen aan de (wereldwijde) 'onderkant'. (En dit kan ons de planeet kosten.)

Ik hoop dat mijn blog hieraan kan bijdragen, door een verzameling van nuttige bronnen te worden, en door een platform te zijn waar we met elkaar in contact kunnen komen, en waar we elkaar van steun, suggesties en aanmoediging kunnen voorzien. <3

----

PS. zoals je misschien merkt, is helder schrijven nog wennen, dus ik hoop dat jullie geduld met me hebben, en onduidelijke paragrafen en onhandige formuleringen willen vergeven. Feedback waardeer ik zeer, net zoals gewoon hallo zeggen, als je daar zin in hebt. :)

[1] Als terzijde, dit suggereert ook een andere manier van nadenken over politieke (zelf-)identificatie, namelijk als functie van a. hoe breed iemand deze logica toepast -- bijv. uitsluitend op de andere dieren, of ook op de 'on-' en 'praktisch opgeleiden', de 'behoeftigen', vreemdelingen/buitenlanders, vrouwen, mensen van kleur, (anders) religieuzen, mensen met een andere etnische achtergrond, seksuele voorkeur, genderexpressie, enz.. En b., hoeveel ongelijkheid en geweld ze acceptabel vinden, en waar volgens hen de grens ligt met betrekking tot minimale levensstandaard.

[2] En merk op dat dit puur een extremere vorm is van het compleet alledaagse 'zij hebben mij pijn gedaan of geschaad, dus nu is het okƩ of terecht als ik ze terug schaadt, of om ze iets naars te laten overkomen dat ik had kunnen voorkomen.

[3] Als je wil weten wat voor waarden de lui rond Carter hadden, zie dit praatje.

[5] waarbij het trouwens ook tekenend is dat de dood van volwassenen niet wordt benoemd, want dit zien we als 'minder kwalijk' dan het doden van immer 'onschuldige' kinderen.

[6] Ik bedoel overigens uiteraard niet dat het verkeerd is om gedrag te be- en veroordelen; wel dat je niet vanuit een 'straf'-mentaliteit mensen mensen mag gaan opsluiten of beboeten of uitsluiten. Opsluiting kan, om geweld te voorkomen, maar moet gepaard gaan met re-integratiewerk en geestelijke gezondheidszorg, op een menswaardige manier [om duidelijk te maken dat dit is hoe je met alle mensen omgaat, ongeacht wat je van ze vindt].0

{"title":"What's wrong with 'meritocracy'?","description":"In this essay, I talk about the concept 'meritocracy', and why it's wrongly thought of as progressive, as it in practice serves to entrench class societal rule, and the oppression and exploitation of most of humanity (and the other animals).","keywords":"","shortlink":"","canonical":"","robots":"","og":""}

Bureaucracy Liberalism Inequality Hierarchy Education Main

Permalink - Published on 10 apr. 2019 10:00:00

Deze website is gemaakt met Bolt. & Bulma